Dutch Arabic Chinese (Simplified) Chinese (Traditional) Danish English Finnish French German Italian Japanese Korean Norwegian Portuguese Russian Spanish Swedish Thai Vietnamese

Vliegerverbod

Categorie: Veiligheid & Wetgeving Laatst bijgewerkt: donderdag 01 januari 2015

Nederland altijd met zijn regels..., maar hier kunt u informatie vinden waar een vliegerverbod is. Indien jij weet waar een vliegerverbod is ingesteld, zouden wij dat graag willen weten.

En onze bezoekers daarover op de hoogte te brengen. Waar je in het algemeen niet mag vliegeren is bij:

Maar er zijn ook nog plaatselijke verordeningen met name langst de kust.

Klik hier om te melden waar plaatselijke verordeningen gehandhaafd worden.

Laagvlieggebieden

Ook zijn er laagvlieggebieden voor de burger en militaire luchtvaart. In die gebieden is het streng verboden om te vliegeren. En de boetes kunnen hoog zijn. Op de website van LVNL vind je alle laagvlieggebieden onder kabelvliegers

Kijk hier of de plaats waar jij vlieger in zo'n gebied ligt

De Minister van Verkeer en Waterstaat

Wet- en regelgeving

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;Gelet op artikel 59, tweede lid onder d en e, van het Luchtverkeersreglement,
Besluit: 

Artikel 1. Begripsbepalingen

1 In deze regeling wordt verstaan onder:
  1. kabelvlieger: een toestel, zwaarder dan lucht en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat door middel van (een) ankerkabel(s) of lijn(en) is verbonden met het aardoppervlak;
  2. kleine ballon: een kleine kabelballon  of een kleine vrije ballon;
  3. kleine kabelballon : een ballon, die door middel van (een) ankerkabel(s) of lijn(en) is verbonden met het aardoppervlak en die op zeeniveau in de internationale standaardatmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2 m of een inhoud van ten hoogste 4 m⁳ heeft, dan wel een samenstel van ballons waarvan de gezamenlijke diameter of inhoud deze waarde niet te boven gaan;
  4. kleine vrije ballon: een ballon die niet is verbonden met het aardoppervlak en die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2 m of een inhoud van ten hoogste 4 m⁳ heeft, dan wel een samenstel van ballons waarvan de gezamenlijke diameter of inhoud deze waarden niet te boven gaan;
  5. sfeerballon: kleine vrije ballon, of samenstel van kleine vrije ballons, waarvan de hoogte of de breedte niet meer dan 75 cm bedraagt en die geen metalen voorwerpen of onderdelen bevat.

Artikel 2. Kabelvliegers en kleine kabelballon s

Een kabelvlieger of kleine kabelballon  wordt niet gebruikt:a. boven een hoogte van 100 meter boven grond of water;b. binnen een afstand van 3 km van de grens van luchthavens en zweefvliegterreinen;c. binnen een afstand van 5 km van de grens van gecontroleerde luchthavens;d. binnen burger laagvlieggebieden, militaire laagvlieggebieden en binnen een afstand van 5 km van militaire laagvliegroutes.

1 Een kleine vrije ballon met uitzondering van een sfeerballon, wordt niet gebruikt:
  1. anders dan voor gebruik ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, waaronder begrepen het gebruik voor meteorologische doeleinden;
  2. boven het grondgebied van een vreemde staat, tenzij met machtiging van die staat en in overeenstemming met de voorschriften of beperkingen gesteld door die staat;
  3. voor het meevoeren van voorwerpen met een gezamenlijke massa van 4 kg of meer dan wel een afzonderlijke massa van 3 kg of meer;
  4. voor het meevoeren van voorwerpen met een massa van 2 kg of meer, waarvan de oppervlakte-dichtheid meer bedraagt dan 13 gr/cm², en
  5. indien voor het meevoeren van een voorwerp een bevestigingsmiddel wordt gebruikt dat een botsingskracht van 230 Newton of meer vereist om het voorwerp van de ballon te scheiden.
2 Een meegevoerd voorwerp met een massa van 30 gram of meer en een oppervlakte-dichtheid van 5 gr/cm² of meer wordt voorzien van een valscherm dat de daalsnelheid beperkt tot maximaal 5 m/sec.
3 Voor het oplaten van een kleine vrije ballon binnen een afstand van 8 km van de grens van een gecontroleerde luchthaven is de toestemming vereist van de betrokken plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst; deze toestemming kan worden geweigerd als de vaart van de ballon – gezien de heersende windrichting – zal voeren over het landingsterrein of over gebieden in de omgeving daarvan, waarover luchtvaartuigen naderen of vertrekken en waardoor de orde en regelmaat van het luchtverkeer wordt verstoord.
4 Het voornemen tot het oplaten van een kleine vrije ballon binnen een afstand van 3 km van de grens van de niet-gecontroleerde burgerluchthavens wordt tijdig, doch uiterlijk twee uur vóór de voorgenomen oplating ter kennis gebracht aan de betrokken havenmeester. Indien de vaart van de ballon – gezien de heersende windrichting – zal voeren over het landingsterrein of onmiddellijke omgeving daarvan kan de havenmeester aanwijzingen geven om te voorkomen dat het luchthavenverkeer wordt verstoord of in gevaar gebracht.
5 Degene die een kleine vrije ballon wil oplaten binnen een afstand van 3 km van een zweefvliegterrein stelt al het mogelijke in het werk om vooraf overleg met de gebruiker van dat zweefvliegterrein te voeren.

Artikel 4. Sfeerballons

1 Indien 1000 sfeerballons, of meer, nagenoeg gelijktijdig worden opgelaten is daarop artikel 3, derde, vierde en vijfde lid van toepassing
2 Voorwerpen die door sfeerballons worden meegevoerd worden voorzien van een valscherm dat de daalsnelheid beperkt tot maximaal 5 m/sec indien deze voorwerpen ieder afzonderlijk of gezamenlijk:
  1. een massa van 30 gram of meer hebben, of
  2. een oppervlakte-dichtheid van 5 gr/cm2 of meer hebben.
3 Sfeerballons die (een) voorwerp(en) meevoeren met een (gezamenlijke) massa van 30 gram of meer of een oppervlakte dichtheid van 5 gr/cm² of meer wordt(en) voorzien van een valscherm dat de daalsnelheid beperkt tot maximaal 5m/sec.

 Artikel 5. Intrekking

Het besluit van de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst van 2 december 1982, nr. LVB/L 26057/Stcrt. 1982, 245, wordt ingetrokken. 

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995. 

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kabelvliegers en kleine ballons.Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 

Artikel 8

Deze regeling berust op artikel 1a, derde lid, van het Luchtverkeersreglement.

 

Schiermonnikoog

Het is verboden op het strand en de nabij gelegen duinen te vliegeren. Burgemeester en wethouders kunnen strandvakken aanwijzen waar dit verbod niet geldt.

Momenteel zijn de volgende strandvakken aangewezen:

strandvak tussen paal 2 en 3: voor door wind aangedreven voertuigen, zoals strandzeilers en vliegerbuggy's;

strandvak tussen paal 4 en 5: voor vliegers met meer dan één lijn.

 (op basis van artikel 2.42 lid 2 APV)

 

Website gemeente Schiermonnikoog

 

Vlieland

Artikel 2.1.6.12. vliegerverbod op het strand en rond de helihaven
 
  1. Het is verboden van 1 mei tot 1 oktober tussen 08.00 en 20.00 uur op het strand, gelegen tussen de strandovergang nabij de “Jachthaven” tot en met het bewaakte strand nabij de strandovergang “Badweg” vliegers op te laten en te vliegeren. 
  2. Het is verboden in een straal van 500 meter rond de Helihaven vliegers op te laten en te vliegeren. 
  3. In het eerste lid van dit artikel wordt onder vliegers verstaan: vliegers die bestuurbaar zijn door twee- of meer (stuur)lijnen.
 Lees hier de algemene Plaatselijke Verordening Vlieland 
 

Walcheren

Artikel 5:40 Vliegeren op het strand

  1. Het is verboden gedurende het badseizoen van 10.00 uur tot 19.00 uur op het strand te vliegeren;
  2. Onder vlieger als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een als speelgoed of sportartikel gebruikt voorwerp, bestaande uit een houten, kunststof of andere constructie, bespannen met papier, kunststof of doek, welke met twee of meer lijnen in de lucht wordt bestuurd;
  3. Burgemeester en wethouders kunnen strandvakken aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt.


Artikel 5:41 Wind-, golf- en kitesurfen

Wind- en golfsurfen is verboden gedurende het badseizoen, van 10.00 uur tot 19.00 uur;
Van lid 1 zijn de volgende strandvakken uitgezonderd:

  • het strandvak in Vrouwenpolder, vanaf de Veerse Gatdam tot en met het
  • strandpaviljoen op het naaktstrand (SSW) in Oostkapelle;
  • het strandvak op het Badstrand (100 meter) in Oostkapelle;
  • het strandvak op het Badstraat (100 meter) in Domburg;
  • het strandvak in Domburg, vanaf het “3e Westerstrand” tot aan de voormalige
  • gemeentegrens Westkapelle;
  • het strandvak in Domburg, vanaf halfverwege het “4e Oosterstrand” tot en met
  • halverwege de strandovergang “Berkenbosch”
  • het strandvak in Zoutelande ter hoogte van de boulevard,
  • met dien verstande dat op deze strandvakken uitsluitend het wind- en golfsurfen is toegestaan;

Het golfsurfen op het strand ter hoogte van het strandpaviljoen “Noordduine” in Domburg is niet toegestaan in de maanden juli en augustus;

Kitesurfen is verboden gedurende het badseizoen van 10.00 uur tot 19.00 uur;
van lid 4 zijn de volgende strandvakken uitgezonderd:

  • het strandvak in Vrouwenpolder, vanaf overgang “Fort den Haakweg” tot en met de gemeentegrens Veere/Noord-Beveland;
  • het strandvak Neeltje Jans, vanaf de zijde van de "Roompotsluis" tot en met de strandovergang ter hoogte van "De Slufter".

Texel

Vliegeren met een bestuurbare vlieger met 2 of meer stuurlijnen is op of aan de weg verboden, en ook op het strand. Het gebruik van eenvoudige, eenlijnige vliegers is overal toegestaan. Er zijn 3 strandlocaties aangewezen waarop het vliegeren met bestuurbare vliegers wel is toegestaan. Deze zogenaamde vliegerzones zijn gelegen nabij Den Hoorn (tussen paal 10.93 en 11.68), ten noorden van De Koog (tussen paal 21.31 en 22.51) en nabij De Cocksdorp (paal 28.40 en de strekdam). Borden op de strandpalen geven het begin en einde van elk gebied aangegeven. Vanuit het oogpunt van veiligheid en het beperken van overlast voor andere strandgebruikers mag u op de andere stranddelen niet vliegeren met een of meerdere lijnen.

Ook in de vliegerzones moet uiteraard rekening worden gehouden met andere strandgebruikers. Zie de gemeentewebsite voor meer informatie.

Tips voor veilig vliegeren:

Gebruik een vlieger bij een zodanige windkracht dat u er altijd volledige controle over hebt. Hou afstand van andere vliegeraars en toeschouwers binnen een bereik van 180 graden. Vlieg nooit met lijnen langer dan 100 meter; voor stuntvliegers nooit langer dan 45 meter. En hou natuurlijk rekening met andere strandgebruikers!

Gasteren

Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft regels opgesteld voor het Nederlandse luchtruim. Behalve voor vliegtuigen, helicopters en luchtballonnen gelden er ook speciale regels voor speelgoedballonnen, kabelballonnen en ... vliegers! De toepassing van die regels is afhankelijk van het gebied waar we een speelgoedballon, een kabelballon of een vlieger op willen laten; die gebieden zijn:

  1. luchthaventerreinen
  2. laagvlieggebieden
  3. laagvliegroutes.

Bladerend over wereldwijde web is te zien dat Gasteren in een laagvlieggebied ligt: het GLV I, lees: "GLV één". In Nederland liggen circa 10 vergelijkbare gebieden

 Lees meer....

 

Gemeente Loon op Zand

Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen 

Artikel 18

Apparatuur en andere voorwerpen bestemd voor recreatieve toepassingen

1 Het is binnen het gebied van het nationaal park verboden:
        a. Motorisch aangedreven en radiografisch bestuurbare schaalmodellen van vliegtuigen, bootjes of auto’s in werking te hebben;
        b. motorisch aangedreven voertuigen, bestemd voor recreatieve doeleinden.te gebruiken;
        c. modellen van vliegtuigen of andere objecten af te schieten of met hulpmiddelen te lanceren, die een landing maken na een vrije val, zweef- of glijvlucht.
2 Het is verboden zich met door windkracht aangedreven wagens, installaties of constructies op te houden in het nationaal park dan wel zich boven de wegen, terreinen of wateren in het nationaal park te bevinden met valschermen, vliegers of andere niet motorisch aangedreven hulpmiddelen om zich gedurende enige tijd zwevende te houden.
3 Het is de bestuurder van een motorvoertuig voor zover die zich in het nationaal park daarmee mag ophouden, verboden zijn motorvoertuig te gebruiken voor het voorttrekken van één of meer personen die zich, direct of indirect verbonden met het motorvoertuig, voortbewegen door de lucht aan een parachute, een vlieger of een soortgelijk voorwerp.
4 Het is verboden in het nationaal park te vliegeren.
5 Het in het vierde lid gestelde vliegerverbod geldt niet indien het een vlieger betreft met een hoogte en breedte van maximaal één meter aan een enkelvoudige lijn, bestemd om statisch mee te vliegeren, zonder dat daardoor de veiligheid van personen of dieren gevaar loopt.
6 Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet milieubeheer of de Luchtvaartwet.