Dutch Arabic Chinese (Simplified) Chinese (Traditional) Danish English Finnish French German Italian Japanese Korean Norwegian Portuguese Russian Spanish Swedish Thai Vietnamese

Stabiliseren

Categorie: Vliegers & Techniek Laatst bijgewerkt: maandag 05 januari 2015

Naast artikelen die alleen voor "ingewijden" interessant zijn, willen ik zeer nadrukkelijk aandacht blijven besteden aan de elementaire en praktische grondslagen van het vliegeren.

Voor sommigen zijn ze vanzelf sprekend, maar vele anderen vragen er (terecht) telkens naar. Voer dit stap voor stap uit. De kruisvlieger gebruik ik als voorbeeld, maar het geldt ook voor de meeste andere vliegers. Alleen voor flexibele vliegers, zoals een slee, zijn de meeste van deze regels niet of anders van toepassing.

Voor het oplaten. (binnenshuis)
 

  •  Kijk naar de vlieger; de linker- en rechter helft moeten precies spiegelbeeldig zijn. Vooral als je uit de verwachte windrichting langs de vlieger kijkt moet geen verschil in strakheid van het zeil te zien zijn. Een rimpel of plooi bij hoekpunten kan fataal zijn.
  • Hang de vlieger aan de toomring vrij op. De vlieger moet in evenwicht zijn; de staartzijde moet zonder staart ~ wat lager hangen dan de neus. Verschuif zonodig het toompunt.
  •  Laat de vlieger uit de hand omlaag zweven. De baan van de korte glijvlucht moet min of meer omhoog buigen. Zo niet, dan is of de neus te zwaar, of er is een onjuiste welving in het draagvlak. Elk van beide is fout.


Ga niet naar buiten voordat de punten 1, 2 en 3 in orde zijn.
 
Vliegen in de wind (buitenshuis).

Een geheel vlakke vlieger heeft altijd een lange staart nodig. Ook de beste vlieger kan niet in elke wind vliegen. Het windbereik van een vlieger is het verschil tussen de zwakste wind waarin bij nog niet bezwijkt of onstabiel wordt. Begin bij lichte wind en kies een open ruimte. Laat de vlieger zo snel mogelijk enkele tientallen meters opstijgen en bekijk zijn gedrag. Hij moet redelijk rustig omhoog gaan zonder al te wilde slingering, vooral na de eerste meters. Zo niet, raadpleeg de onderstaande tabel.

1. de vlieger draait in snelle kringen

  • Toomring 'omlaag' schuiven, p iets langer q iets korter.
  • Draairichting steeds gelijk. De vlieger is niet symmetrisch; probeer stokken links en rechts te wisselen.
  • Draairichting wisselt. Staart toevoegen of aanwezige staart verdubbelen, verbreden of verlengen.


2. slingert hevig

Dezelfde middelen als hierboven (C), beter is: probeer de vleugelpunten lichter te maken; (dunnere ligger of taps toelopende ligger)

3. wipt met de neus op en neer

  • verlengen dus toom langer.

4. hangt steil achterover en blijft hangen of, als hij hoog staat, schiet vooruit en maakt de lijn slap

  • verkorten, dus toom korter

5 trekt flink maar komt niet genoeg omhoog

  • verlengen (ring opschuiven )

6  trekt te weinig bij voorkomende wind

  • verkorten (ring terugschuiven)

7 blijft wiebelen maar vliegt overigens goed

  •  Lange kiel aan rug of buik toevoegen of met behulp van meervoudige toom afstand r scheppen

8 duikt bij een windstoot zijwaarts weg

  • Verticale vlakken strakker zetten, meer V stelling toepassen,(boogstrakker), ver uitstekende kiel of buikvin verkleinen of weglaten, hoge korte rugvin aanbrengen

 

Feedback

Heeft u aanvullende informatie over dit onderwerp die u wilt delen?
Aarzel niet en laat het ons weten. We horen het graag van u en streven er naar om de informatie die op de website te vinden is vollediger te maken voor onze gasten en leden.