Dutch Arabic Chinese (Simplified) Chinese (Traditional) Danish English Finnish French German Italian Japanese Korean Norwegian Portuguese Russian Spanish Swedish Thai Vietnamese
Gesponsorde links

Toomen & Afstellen

Categorie: Vliegers & Techniek Laatst bijgewerkt: donderdag 01 januari 2015

Het toom van de vlieger heeft een bepalende invloed op de vliegeigenschappen. Het is denkbaar dat een vlieger die perfect is gebouwd geen goede vliegeigenschappen heeft.

Dit omdat het toom niet is aangepast aan de vlieger. Omgekeerd kan het zijn dat een vlieger die uit middelmatige materialen is samengesteld zeer goede vliegeigenschappen bezit, omdat er een toom is ontwikkeld die optimaal is afgestemd op deze vlieger.

Met name voor beginnende 2-lijns vliegeraars is het interessant dieper in te gaan op de basis functionaliteit van het toom. Hierbij wordt niet gelet op de specifieke eigenschappen en werking van de verschillende soorten tomen, oa driepuntstoom, turbotoom, cross-over toom, active-bridle. die trouwens uiterst complex kan zijn. In de onderstaande beschrijving worden de algemeen geldende werkingsprincipes rondom het toom van 2-lijns freestyle-/trickvliegers behandeld. Het toompunt kan hierbij het beste worden beschouwd als het punt waarin de verschillende toomlijnen samenkomen en waar de vliegerlijnen aan worden bevestigd, zoals bij een driepuntstoom.

Doel van het toom:

Het toom dient ervoor om de vlieger door de besturingsacties van de piloot in een bepaalde stand ten opzichte van de wind te zetten / te houden.

Aanpassen van de toom-instelling:

In principe kan het toom in elke richting worden versteld. We zullen hierbij op 4 trimrichtingen ingaan, te weten richting staart, richting neus, richting staander en richting leading edge. Elke verplaatsing heeft meerdere gevolgen voor het vlieggedrag.
 

  • Als het toompunt in de richting van de staart wordt verplaatst, wordt de invalshoek van de vlieger groter. De vlieger komt steiler te staan. Hierdoor zal de vlieger meer druk opbouwen; de trekkracht wordt groter. Sommige piloten vinden dat een prettiger vlieggevoel; anderen willen juist zo weinig mogelijk trekkracht. Naast meer trekkracht zal de vlieger met de steilere instelling langzamer gaan vliegen. Hierdoor kan de vlieger beter in een "stall"worden gebracht. Een "stall" is een gecontroleerde verstoring van de luchtstroming om de vlieger, zodat de vlieger tot stilstand komt en schijnbaar gewichtloos in de lucht hangt. De stuurbewegingen worden kleiner door de steile instelling van het toom. Tricks kunnen daarom sneller en gemakkelijker worden uitgevoerd. De bochten van de vlieger worden scherper. De neiging om na een bocht door te draaien (overstuur) wordt groter. Ook de tendens om na een scherpe bocht te gaan wiebelen neemt toe. In algemene zin zal de vlieger door de steilere instelling wendbaarder maar ook gevoeliger reageren. De vlieger wordt steiler ingesteld als men de bovengenoemde eigenschappen en vlieggedrag wil realiseren. Dit is ook met name het geval als de wind sterker wordt.
  • Als het toompunt in de richting van de neus wordt verplaatst komt de vlieger vlakker te staan tov. de wind. De druk in het zeil wordt minder, waardoor ook de trekkracht zal afnemen. De opwaartse kracht (lift) wordt groter. De vliegsnelheid zal toenemen, zodat "stalls" en side-slides moeilijker zijn uit te voeren, omdat de vlieger na een verstoring van de stroming de neiging heeft sneller in de dynamische voorwaartse beweging over te gaan. Voor de afzonderlijke manoeuvres zijn nu fellere stuurbewegingen nodig. Enerzijds wordt de vlieger precieser, maar anderzijds wordt het uitvoeren van tricks moeilijker. De tracking wordt beter, dwz. dat de vlieger stabieler is in de voorwaartse beweging. Je hebt een betere controle over de vlieger bij loopings en kleine spins. Het overstuur wordt minder en de tendens om de wiebelen na een scherpe bocht wordt kleiner. De hoeken worden met name bij een felle beweging zuiverder en meer precies. Echter in algemene zin wordt de manoeuvreerbaarheid duidelijk minder. De vlieger wordt vlakker ingesteld als men de lichte wind eigenschappen, minder druk in het zeil of meer precisie in het vlieggedrag wil verkrijgen.


Een vaak discutabele vraag is de toominstelling in verticale richting bij uitzonderlijk harde wind (6/7 bft). Hierbij zijn de meningen en voorkeuren zeer persoonlijk. Een goed voorbeeld is de keuze van van twee voormalige wereldkampioenen in het team-vliegeren. Het ene team stelde de vliegers bij uitzonderlijk harde wind heel vlak in met name om druk uit het zeil te nemen. Om te vermijden dat de vliegers te snel zouden worden, remden ze deze af mbv. een speciaal stukje gaas tussen de stand-offs of tussen de beide toompunten. Het andere team trimde hun vliegers zodanig steil af dat ze juist vóór het "stallpunt" zaten. Hierdoor werden de vliegers weliswaar uitzonderlijk reactiegevoelig, maar zo konden ze ook bij harde wind goede stalls en landingen uitvoeren. Welke oplossing de beste is moet ieder voor zich bepalen. Dus gewoon weg voor jezelf uittesten !

  • Als het toompunt in de richting van de staander wordt verplaatst, zal de vlieger makkelijker hoeken maken maar een mindere tracking hebben. Het uitvoeren van tricks zal kortere commando's nodig hebben. De vlieger heeft meer overstuur
  • Als het toompunt in de richting van de leading edge wordt verplaatst, heeft men een vlieger die ruimere commando's nodig heeft bij tricks. De tracking zal beter zijn en de vlieger heeft minder overstuur.

 Tenslotte:

  • Zoals je ziet kun je met andere toominstellingen de eigenschappen van de vlieger naar eigen inzicht en voorkeur aanpassen. Ga er rustig mee experimenteren, maar let dan wel op de volgende basisregels: Aanpassingen altijd aan beide zijden (links en rechts) symmetrisch uitvoeren
  • Nooit meer dan één aanpassing in één keer uitvoeren. Anders weet je niet welk effect door welke aanpassing is veroorzaakt.
  • Aanpassingen altijd in kleine stukjes uitvoeren, bijv. toompunt max. 0,5 cm per keer verschuiven. Bij de meeste vliegers vanaf een middenprijsklasse van ca. 50 Euro is het toom reeds op een neutrale wijze afgesteld. Meestal is deze stand aangegeven via een gekleurd streepje op de toomlijnen. Breng eventueel eerst zelf markeringslijntjes op de toomlijnen aan. Als je dus hebt geëxperimenteerd met andere afstellingen, kun je altijd weer terug naar deze standaardinstelling

 

 

 

Gesponsorde links