Dutch Arabic Chinese (Simplified) Chinese (Traditional) Danish English Finnish French German Italian Japanese Korean Norwegian Portuguese Russian Spanish Swedish Thai Vietnamese

Ontwikkeling van aziatische vormen

Categorie: Azie (wereldwijd) Laatst bijgewerkt: zondag 04 januari 2015

De eerste Chinese vliegers werd meer voor praktische doeleinden (meest militaire) dan voor amusement werden gemaakt. De eerste uitvoeringen hadden een rechthoekige vorm.

Die vorm zou ook op de vroege afbeeldingen het meest voorkomen. Ook zijn er overeenkomst met Koreaanse en vele Japanse vliegers. Reeds tijdens de Han dynastie, die van vóór onze jaartelling dateert, was Korea door de Chinezen bezet en zal daar waarschijnlijk ook al zijn gevliegerd. Omdat Koreanen en Japanners meer dan Chinezen aan onveranderlijke tradities vasthouden, kan het zijn dat die rechthoekige of daaruit afgeleide vormen ook nu in hun landen algemeen worden aangetroffen. (Edo , Hamamatsu-, Tsugaru-, Bukavlieger en de Koreaanse vechtvlieger). Gegeven de uitgestrektheid van China en ook omdat het land in diverse tijdperken niet steeds evenveel samenhang vertoonde, is het ook goed denkbaar dat het rechthoekige model in het noorden meer gangbaar was - of bleef - terwijl in het zuiden de eerste vogelvormen ontstonden uit een andere, wellicht latere grondvorm. Het is een uit twee bamboebogen gevormd vleugelpaar waarin een gespannen koord onder of boven de bekleding tussen de vleugeluiteinden is gespannen en waardoor een soort V-stelling samengaat met een vleugelwelving in de windrichting. We vinden die terug bij verschillende huidige Chinese vliegers, in gewijzigde vorm bij Japanse Jakko-vliegers en onder andere bij de japanse havik (tombi)
Dan kom je in de veronderstelling na vergelijking van de bekende Chinese zwaluw met de Thaise chula. De laatste ontstond wel in een Chineesverwante cultuur, maar is naar ik vermoed, langer onveranderd gebleven. Dat vermoeden kan je stellen op twee overwegingen:

  1. In het algemeen lijken de Chinese vliegers in de bonte verscheidenheid waarin ze tegenwoordig bekend zijn, een lange maar sterk veranderlijke ontwikkeling te hebben doorgemaakt. De huidige, overwegend naturalistische uitbeeldingen zijn doorgaans terug te voeren op een niet al te ver verleden. (18e en 19e eeuw) De chula daartegenover, maakt deel uit van een Thailands traditioneel liefdes-vliegerspel dat uit de 15e eeuw stamt. Men weet dat het vliegeren in de 13e eeuw al zeer populair was in Thailand.
  2. Technologisch bezien is de chula in principe een vlakke vlieger, waarbij de vleugelstokken de vorm hebben van een natuurlijke veerkrachtige buiging. (de staander heeft zo'n buiging in het symmetrievlak) Maar de Chinese zwaluw heeft in de vleugelstokken buigingen die een warmtebewerking vragen en getuigen van meer verfijnde, vermoedelijk latere techniek. De vleugels krijgen daardoor een welving die voortborduurt op de eerdergenoemde vroeg Chinese vleugelvorm in een meer bewuste mate dan bij de chula zichtbaar is.

 

Men kan natuurlijk tegenwerpen dat de Chinese zwaluw een stabiele pronkvlieger is en de chula een rituele vechtvlieger. Dat mag waar zijn, maar laat de verwantschap in structuur onverlet, evenals het verschil in constructieve verfijning. Wel zou het kunnen zijn dat vechtvliegers conservatiever zijn dan modegevoelige pronkvliegers en dat pleit dan weer voor het uitgangspunt, namelijk dat we bij de Koreaanse vechtvlieger en bij de chula een blik in het verleden werpen. Aan de chula verwante vormen kunnen we ook herkennen in de wau-vliegers van Maleisië (zoals de wau kuching) en de tukkal uit India.


Als laatste basisvorm die in Z.O. Azië een grote rol speelt, zou men de pakpao kunnen noemen, de vrouwelijke tegenspeler in het Thailandse ritueel. In bijna alle landen van Z.O. Azië komen vliegers voor, meest vechtvliegers, die met meer of minder gewijzigde verhoudingen op deze basisvorm zijn geënt. Het is één van de eenvoudigste vliegerontwerpen die niettemin over de gehele wereld navolging heeft gevonden, zowel als stabiele staartvlieger als ook zonder staart. Ondanks de eenvoud van het grondconcept, behoren de vechtvliegers van dit type tot de verfijnde vliegersoorten waarbij een grote mate van kennis, ervaring en zorgvuldigheid nodig is om tot een goed resultaat te komen. Alleen de Indiase variant van deze vlieger heeft een miniem staartvleugeltje dat toch iets bijdraagt aan de stabiliteit die dit type vlieger vraagt. Die stabiliteit is variabel en afhankelijk van de doorbuiging van de boog, en die weer van de trekkracht aan de lijn. Wordt de lijn gevierd, dan begint de vlieger om zijn top-as te draaien. Door nu op het juiste moment een klein rukje aan de lijn te geven, blijft de vlieger in de laatste richting doorvliegen zolang de lijn strak blijft.
Het maken van vliegers kan men als kunst beschouwen. Elke Oosterse vlieger heeft een voorstelling van een thema dat meestal traditioneel in de cultuur van het volk is verankerd.

 

 

 

 

 

Feedback

Heeft u aanvullende informatie over dit onderwerp die u wilt delen?
Aarzel niet en laat het ons weten. We horen het graag van u en streven er naar om de informatie die op de website te vinden is vollediger te maken voor onze gasten en leden.