Dutch Arabic Chinese (Simplified) Chinese (Traditional) Danish English Finnish French German Italian Japanese Korean Norwegian Portuguese Russian Spanish Swedish Thai Vietnamese

Vechtvliegeren, Indonesië, lajangan

Categorie: Indonesië (wereldwijd) Laatst bijgewerkt: zaterdag 22 september 2018

Vliegeren is meer dan een geliefd spel in Indonesië, en trouwens ook in andere Aziatische landen. Terwijl men in Nederland, niet meer doet dan het in de lucht krijgen en houden van een vlieger.

was het in Indie vooral ook een competitieve bezigheid. Dit gold zelfs voor het 'kunstvliegeren', waarbij het erom ging je vlieger zo mooi en zo hoog mogelijk in de lucht te houden (pandjeran).


Maar het echte vliegeren en daar gaan alle vliegerverhalen ook over was het adoe lajangan, het vechtvliegeren. Men probeerde elkaars touw door te snijden door je eigen touw schuin op het touw van de ander te plaatsen en vervolgens te vieren of juist in te halen. Ook een mooie, snelle duikvlucht kon effectief zijn en werd zeer gewaardeerd. Om een echte djago (kampioen) te kunnen worden, waren drie dingen van belang:

Een vlieger die zowel onbeweeglijk in de wind kan blijven hangen, als nauwlettend de bewegingen van je hand kan volgen en dus snel kan duiken of stijgen, en naar links of rechts kan uitwijken.

Sterk naaigaren aan een stuk, dus niet van aan elkaar geknoopte restjes; bij voorkeur Tjap Kambing (geit) of Tjap Gadjah, Engels naaigaren met een olifant als merkteken.

De allerbeste glasan-mix van de stad, volgens geheim recept gemaakt. Ingredienten waren altijd: Chinese houtlijm ofwel kah en tot fijn gruis gestampt glas. De kah werd tot een vioeibaar papje gekookt en vermengd met glasgruis en wat azijn (maar andere recepten waren mogelijk). Bepalend voor de kwaliteit van je glasan was de verhouding kah-glasgruis en het soort glas. Lampenglas was volgens sommigen het beste glas daarvoor, anderen zworen bij het zeer harde bodemglas van de jeneverfies. Het glaspoeder kon je op twee manieren op het touw aanbrengen: indopen in de glasan-mix, en met de vingers weer erafvegen (gelas rorot), of kah en glaspoeder op de palm van je hand vermengen en vervolgens op het touw strijken (gelas sosot). In beide gevallen hield je er flinterdunne sneetjes in je vingers en handen aan over. Dat was niet erg, want later bij het vliegeren had je die ook wel gekregen.

Als je minder strijdlustig van aard was, hoefde je niet bang te zijn dat je kunstwerkje naar beneden werd gehaald. De kunstvliegeraars of anderen die zomaar wilden vliegeren, werden altijd met rust gelaten. Maar wanneer je aangaf de strijd aan te durven, kon je altijd op heftige en dappere tegenstand rekenen.                                 

Enkele vliegeruitdrukkingen (elke streek had zijn eigen uitdrukkingen):

Boewaja lajangan:

Vliegerpiraten, kinderen die afwachtten tot een vlieger na een gevecht neerdwarrelde om deze zo snel mogelijk in te pikken ('Zo'n bende boewaja-lajangans leek wel een troep middeleeuwse lansknechten zoals ze daar langs de wegen zwierven met hun galahs [staken] en slingers, met hun verwilderd, brutaal en roofzuchtig voorkomen. Hoge hekken of heggen vormden nimmer een beletsel. Kom je er niet over, dan klonk de strijdkreet "srobot!" en ging je er dwars doorheen', aldus Tjalie Robinson in een van zijn Pickerans, getiteld 'Waar zijn Djakarta's fidalgo's?').

D'l:

Idanknabootsing van het moment waarop een strak gespannen vliegertouw doorgesneden wordt en je de vlieger niet langer aan het touw voelt trekken.

Goeloengan (Maleis), Blindrong of Blendrong (javaans):

Haspel om het vliegertouw mee op te wikkelen, meestal een leeg blik (bijvoorbeeld een melkblik of een boterblik van Blue Band).

Koepoe-koepoe:

Kunstig gemaakte vlindervormige constructie, die bij het vliegeren langs het vliegertouw omhoog kruipt.

Lajangan Pedot of Ngkoelap (javaans), Lajangan poetoes (Maleis):

Uitroep ten teken dat er een vlieger werd neergehaald en dus vogelvrij was. Zodra in een vliegergevecht het touw van een vlieger werd doorgesneden klonk de roep 'lajangan pedot', en renden alle kinderen (boewaja lajangan) in de richting van de neerdwarrelende vlieger. Wie de vlieger het eerst te pakken had, was de nieuwe eigenaar.

Ngoeloeh (javaans):

Je vlieger oplaten

Ngapoeng (javaans):

Met behulp van een helper je vlieger oplaten, de helper moet de vlieger hoog ophouden en meelopen.

Ngoeloer (javaans):

Vieren van de lijn.

Ngieroek (javaans):

Duiken, duikvlucht.

Pandjeran (javaans):

De andere vliegers de loef afsteken door zo hoog en mooi mogelijk je vlieger op te laten.

Sinting:

Een vlieger die niet goed luistert naar zijn 'bestuurder', en maar een beetje slingert en naar een kant trekt (sinting is ook de benaming voor een ruitvormige vechtvlieger).

Soang-soangan:

Achter het frame van de vlieger vastgezette constructie in de vorm van een boog, waarbij de snaar gemaakt werd van palmblad. Door de wind gaat dat trillen en dit veroorzaakt een mooi zoemend geluid.

Soengkoetan (javaans):

Andermans touw doorslijten door het op en neer halen van je eigen touw schuin op het touw van de ander.

Talie kamah, talie godjie of talie mekangkan:

De driehoekige bedrading aan een vlieger, essentieel voor het goed kunnen manoeuvreren in de lucht.

 Video 1

Video 2

Video 3

 


Gerelateerd