Dutch Arabic Chinese (Simplified) Chinese (Traditional) Danish English Finnish French German Italian Japanese Korean Norwegian Portuguese Russian Spanish Swedish Thai Vietnamese

Japan en zijn vliegers

Categorie: Japan (wereldwijd) Laatst bijgewerkt: woensdag 07 januari 2015

De Tako is de bekende Japanse vlieger en tako-age is het omhoog laten van een vlieger, dus het vliegeren. Het is een zeer populaire sport in Japan.

Bij kinderen en volwassenen met vliegers in alle soorten en maten en dan voornamelijk in de winter. Het wordt tegenwoordig steeds moeilijker in Japan om te vliegeren, wegens ruimtegebrek. De tako wordt traditioneel gegeven aan de eerste zoon die geboren wordt. En tijdens het Hamamatsu festival strijden Takoteams tegen elkaar. Vliegeren werd in Japan erg populair gedurende de Edo periode. Voor de eerste keer mocht de Japanse bevolking lager dan de samoerai klasse vliegeren. De Edo (nu Tokio) regering probeerde zonder succes dit tijdverdrijf te ontmoedigen omdat te veel mensen niet genoeg aan hun werk dachten.

Volgens een verhaal van zo’n 300 jaar geleden, kreeg een dief de opdracht om met een grote vlieger die hem kon dragen naar het dak van het Nagoya kasteel te vliegen en daar van het dak een gouden beeld te stelen. Het lukte om alleen een paar kleine stukken eraf te halen. Later werd hij gevangen genomen en zwaar gestraft toen hij opschepte over zijn heldendaad.

Een bekende japanse vlieger is de Rokkaku of ook wel genoemd Sanjo. Dat ook een Japanse plaats is waar lang geleden al werd gevliegerd. En waar de Rokkaku ook vandaan komt. Rokkaku betekent zoiets als zeskant. De Rokkaku is beroemd om zijn goede vechteigenschappen en zijn simpele constructie.

In Japan heet een Sanjo vliegerfeest "Ika Gassen" wat vrij vertaald vliegervechten betekent. Van origine werd het vliegervechten gedaan tussen kinderen van overheidsfunctionarissen. Dit vliegervechten tussen kinderen groeide uit naar vliegervechten tussen dorpen en steden en werd voornamelijk gedaan door volwassenen en krijgsheren. Er werd bij belangrijke evenementen en gebeurtenissen, zoals bruiloften en begrafenissen, een Sanjovlieger opgelaten waarop het familiewapen was afgebeeld.

Met de Sanjo werd dus ook gevochten. Bij dit volksvermaak was het de bedoeling met de lijn van de eigen vlieger de lijn van de tegenstanders door te snijden. De originele spelregels zijn erg agressief, er mag tijdens de wedstrijd ook geschopt, geslagen en gebeten worden met als einddoel de vlieger van de tegenstander(s) uit de lucht te halen.

Vliegers & Japanse cultuur

Vliegers komen al een zeer lange tijd voor in Japan. Uit een Japans manuscript is  dat het ongeveer al 1300 jaar geleden was. De vliegers kwamen vanuit China naar Japan. En begon deel uit te maken van de Japanse cultuur, met eeuwen oude tradities.

Men laat vliegers op voor geluk, om te bedanken voor de goede oogst en voor het kind en heerser. Een priester zegende een rijstestengel, bevestigde die aan de vlieger om zo de goden te bedanken voor de oogst. Gezinnen lieten een vlieger op om de geboorte te eren of de verjaardag van een kind. Een voorbeeld daarvan is dat de verjaardag van prins Yoshihiro (in 1558) werd geviert door vliegers op te laten op het Kasteel Hikuma. Een shogun (in de Japanse historie een militaire rang en de titel van feitelijk alleenheerser ten tijde van het shogunaat. Met als de keizer als groot heerser. Dit was tot 1868) kon hiermee aantonen dat hij een goede leider is als zijn vlieger vloog.Het symboliseerde zijn vaardigheden als leider. Maar als zijn vlieger crashte, dan ontstonden er twijfels over zijn vaardigheden. En die grote gevolgen zouden kunnen hebben. Vliegers zijn niet meer weg te denken uit de Japanse cultuur. En speelt daar in een grote rol. Niet alleen in de Japanse samenleving door de eeuwen heen, maar ook tijdens belangrijke vliegerfeesten die jaarlijks in Japan gehouden worden.

Vooral tijdens Boys Day (nu Children's Day) dat altijd op 5 mei gehouden wordt. Dit is om jongen mannen aan te moedigen om sterk en dapper te worden. Net als de volksheld Kintaro. Kintaro (dat gouden jongen betekent) groeide volgens zeggen op in de bossen van Mt. Ashigra. Met als zijn vrienden de dieren uit het bos. Hij was naar verluid enorm sterk. Hij sloeg rotsblokken stuk, boog de stammen van bomen als of het gewoon takken waren en vocht met beren als een Sumo worstelaar. Hij diende de samurai Yorimitsu Minamoto. En beheersde de vechtsport heel goed. Kintaro is tegenwoordig nog steeds heel populair in Japan. Hij verschijnt in manga (Japanse strips), anime (Japanse tekenfilms) en natuurlijk op vliegers. Traditioneel wordt er ook gevlogen met het Japanse nieuwjaar. Vele kinderen kijken dan uit naar een vlieger die ze als geschenk krijgen. Die ze dan zonder moeite met de sterke winterwind in de lucht krijgen.

Er zijn ook een historische redenen waarom de vlieger een belangrijke plaats in neemt in de Japanse cultuur. Tijdens 1700 en begin 1800. De regering controleerde alle inwoners van tokio (toen hete het Edo) op hun kapitaal. Dus regelmatig gingen medewerkers van de regering naar Edo. Tijdens hun terugreis namen ze vliegers mee naar huis. Edo was zeer populair op het gebied van vliegers. Meer dan honderd vliegermakers werkte in Edo. Zo werd de vlieger een zeer geliefd geschenk. De Edo vlieger vond toen zo zijn weg door heel Japan. Waar andere lokale vliegermakers ze konden kopiëren of wijzigen.

Een meer recente historische gebeurtenis was tijdens de tweede wereldoorlog. Daar in speelde de vlieger ook een grote rol. En maakte die zo nog populairder. Na afloop van de tweede wereldoorlog werd het voor leraren en student verboden om vliegers te maken op school. Tsutomu Hiroi, hoogleraar aan een universiteit in Tokio, besloot om na jaren weer nieuw leven in te blazen voor het maken van vliegers. De meeste leraren werden opgeleid om de vaardigheden van het maken van vliegers onder de knie te krijgen. En hielpen zo mee aan het belang van het maken van vliegers. In 1966 besloot het Japanse ministerie van onderwijs voorlichtingsmateriaal uit te geven over vliegers. Ook werdt het onderwijs veranderd. Elke kind kreeg tijdens school de zelfde lessen. Dat zorgde ervoor dat alle japanse kinderen van alles leerde over de Japanse vlieger.
 

Verschillende vormen

In sommige opzichten lijken Japanse vliegers erg op elkaar. Bij de meeste maakt men gebruik van bamboe om het frame te maken. En washi (Japans papier) voor het vlieger zeil. De beide matrialen worden al eeuwen gebruikt door de vliegermakers. Bamboe komt in heel Japan voor en wordt zeer gewaardeerd. Vooral in een land dat gevoelig is voor aardbevingen.  Zelfs een aardbeving kan een bos bamboe niet uitelkaar rukken.
Bamboe wordt voor vele doeleinden gebruikt zoals, het maken van fluiten,manden, bezems en placemats. Het is dan ook goed geschikt voor het maken van een vlieger. Bamboe is sterk, buigzaam en goed te bewerken.  Washi (Japans papier) , afkomstig van de kozo (moerbeiplant) wordt meestal met de hand gemaakt. Het heeft hele goede eigenschappen de lange vezels zorgen er voor dat het papier niet alleen sterk en flexibel is, maar het zorgt er ook voor dat het licht van gewicht is en bestand tegen scheuren. Hoewel de vliegers allemaal van het zelfde materialen gemaakt zijn hebben ze toch verschillende vormen.


Waarom al die verschillende vormen?


Ten tijden van de Edo dynasty brachten handelsreizigers de rechthoekige stijve vlieger, die goed geschikt was voor hoge windsnelheden, vanaf de hoofdstad mee naar huis. Op die manier verspreide de vlieger zich over Japan. Vliegermakers in elke regio wijzigde de vorm om het aan te passen aan de lokale omstandigheden. Zo ontwikkel de eigen typische vlieger in de regio. Die geschikt was aan hun eigen seizoensgebonden winden en tradities. Een ander verschil tussen de diverse vliegers is dat ze in verschillende maten gemaakt kunnen worden. Van enorm groot, tot afmetingen van enkele centimeters, zelfs tot enkele millimeters en terwijl ze toch de vorm behouden. Japan heeft ook een eigen museum. Daar vind je de hele geschiedenis van de Japanse vlieger. Ernome grote vliegers Odako (Dako of Tako betekent in het Japans vlieger. De O- voor de naam is een eervol teken voor de hele grote vliegers) staan daar tentoongesteld. Zo vind je daar dan ook de grote Yokaichi Odako. Deze vlieger werd gevlogen op het Daimon Kite Festival in 1998. En was al 260 jaar geleden gebouwd. Het heeft een afmeting van bijna 50 meter hoog. En woog iets minder dan een ton. De oude Wanwan vlieger, waar mee tot 1914 gevlogen werd, was zelfs nog groter en woog 4,5 ton.
Niet alleen grote vliegers werden er gemaakt. Maar Japan is ook de thuisbasis van vele vliegermakers die kleine vliegers bouwen. In een dichtbevolkt land waar het vervoer van die grote vliegers moeilijk is, kan je met een miniatuur vliegertje bijna overal komen en vliegeren. Een bekende vliegermaker is Nobuhiko Yoshizumi. Hij is gespecialiseerd in het maken van miniatuur vliegers. In 2000 maakt hij een vlieger dat niet groter was dan ongeveer 7 millimeter. Wat toen ook meteen het kleiste vliegertje in de wereld werd volgens Guinness World Records. Wat later maakte hij er nog eentje die nog kleiner was, 2 bij 2 millimeter.