Clown-vlieger (1969)

Hits: 144

De clown, wordt gemaakt van latjes, bamboe en rotan. We beginnen met een latje van 2x1 cm en ongeveer 120 cm lang.

Aan het ene uiteinde van het latje worden twee latjes van 2 x i cm en 60 cm lang vastgetimmerd, zodanig dat ze vorksgewijs van elkaar gebogen kunnen worden. Deze latjes moeten over een lengte van ongeveer 10 cm met de eerstgenoemde lat verbonden zijn. De bevestiging verstevigen we met vliegertouw.
Bij de uiteinden van de twee latjes van 2 x 1/2 cm wordt een hoekje weg gebeiteld van l x l cm. We buigen nu deze latjes van elkaar en bevestigen het uiteinde van ieder latje met spijkertjes en touw aan een basislat van 70 cm lang en 1 x 1 cm. De verbindingsplaatsen liggen op 20 cm vanaf de kopeinden van die basislat. Deze latten tezamen vormen straks de contourlijnen van benen en voeten.

Een bamboestok splitsen we met een scherp mesje in tweeën, zodat hij gemakkelijk buigbaar is. De stok wordt tot een halve cirkel gebogen en op spanning gehouden door middel van een touwtje.

We weten inmiddels wat de boven- en onderkant van de vlieger is, maar we moeten nu nog even goed opletten bij het bepalen van de voor- en achterkant. Aan de voorkant van de vlieger komen de inkepingen in het houten geraamte, zoals we er reeds twee gemaakt hebben in de twee gebogen latjes. Een smalle inkeping (aan dezelfde kant) komt ook in de rechte staande lat en wel op 35 cm vanaf de bovenkant van de vlieger. In deze inkeping wordt de gebogen bamboestok met vliegertouw bevestigd. Het spankoordje van de bamboestok zetten we met een klein spijkertje op de verticale lat vast.

Het hoofd ontleent zijn contourlijnen aan gebogen rotan. Rotan kan onder de warmwaterkraan tot de gewenste vorm worden bewerkt. De vorm is hier ovaal, terwijl de grootte natuurlijk proportioneel moet overeenstemmen met de rest van het lichaam. De uiteinden van de gebogen rotanstok snijden we met een mesje schuin af, zodat er geen verdikking ter plaatse van de verbinding zal ontstaan. Deze verbinding wordt eveneens omwikkeld met vliegertouw. Het hoofd wordt nu boven en onder met een spijkertje op de verticale lat vastgezet. Een dun latje markeert de hoed. Dit latje steekt daarom aan beide zijden van de rotanhoepel uit. Dit latje wordt haaks op de verticale lat gespijkerd. Twee touwtjes, die gespannen zijn tussen kop en schouders, gaan de contourlijnen vormen van de nek.

Terug naar het voeteneind van de vlieger. Daar waar de gebogen latjes met het basislatje verbonden zijn, knopen we een touwtje van ongeveer 15 cm vast. Aan het eind van deze twee touwtjes komt een lusje. Vanaf een uiteinde van de bamboestok wordt nu een draad getrokken door het lusje van een van die touwtjes. Deze draad wordt aan het kopeinde van de basislat via een inkepinkje bevestigd. Aan de andere zijde herhalen we deze werkzaamheden. De contourlijnen van de clown zijn daardoor gereedgekomen.

Het beplakken met vliegerpapier gebeurt natuurlijk naar eigen inzicht en smaak. Gebruik voor romp en benen bij voorkeur twee contrasterende kleuren. Plak deze vellen papier aan elkaar vast en plak bovendien ter hoogte van de enkels twee kleinere velletjes papier van een donkere kleur aan het vel papier, dat onder het middel geplakt wordt, vast. Op een dergelijke wijze kunnen we de clown voorzien van laarsjes. Houd bij het plakken rekening met een „zoom", die omgevouwen en vastgeplakt wordt, en knip deze „zoom" bij de hoeken en daar waar sprake is van gebogen lijnen schuin in. Het hoofd en de nek worden op dezelfde manier beplakt. Gebruik wit papier voor gezicht en nek en zwart voor de hoed. Een grappige gezichtsuitdrukking kan met een viltstift op het witte papier aangebracht worden. De tors kan naar believen beplakt worden met een strik en knopen.

Op ongeveer 20 cm vanaf de basis wordt een onderlus bevestigd en wel aan beide gebogen latjes. Daar waar de bamboe stok en de verticale lat bevestigd zijn, wordt een touw vastgeknoopt. Dit stuk touw wordt zodanig aan de onderlus beves tigd, dat zij in strakgespannen toestand een hoek van ongeveer 90 graden zullen vormen. Bij de hakken wordt eveneens een lus aan de basislat vastgeknoopt. Hieraan komt de staart te hangen.

Origineel geschreven door een onbekende schrijver
Gepubliceerd in VT Vrije Tijd, juli 1969
Originele titel: Dat zijn pas vliegers