Begrippen, Vliegeren Algemeen

Hits: 649

Hieronder vind je een alfabetische lijst van belangrijke algemene begrippen die in de vliegersport worden gebruikt.

Aspect-Ratio.

Lengte/breedte verhouding bij matrasvliegers.

Bodydraggen.

Door het water voort gesleept worden door een grote vlieger.

Buggy.

Populair driewielig karretje waarop men zich laat voorttrekken door een vlieger.

Chikara.

Producent van hoge kwaliteit spinnakernylon.

Cody.

Dubbele, gevleugelde, eenlijns doosvlieger, in het begin van de 20e eeuw ontwikkeld door Samuel F. Cody voor militaire manlifting.

Delta.

Veel voorkomende (driehoekige) vliegervorm.

Eddy.

Diamantvormige eenlijnsvlieger met gebogen dwarshout, aan het einde van de 19e eeuw ontwikkeld door William Eddy.

Exel.

Producent van vliegerstokken.

Flexifoil.

Bekend vliegeratelier.

Flyboard.

Een groot skateboard op luchtbanden. waarmee men achter een grote vlieger wordt voortgetrokken en af en toe grote sprongen maakt. Ook wel kitesurfen op het land.

Foil.

Engelse benaming voor matrasvlieger.

Foilmaker.

Software om vliegers te ontwerpen.

Frame.

Constructie van buizen die de vlieger in model houdt.

Glasvezel.

Materiaal voor vliegerstokken.

Harnas.

Soort gordel om je middel die kracht van je armen neemt bij powerkiting.

HQ Kites.

Bekend vliegeratelier.

Hybride vlieger

een soort matras vlieger maar dan zonder luchtkamers, en met buigzame stokken die de vlieger in vorm houden.

Icarex.

Lichtst verkrijgbare vliegerdoek (Polyester).

KAP.

Afkorting voor Kite Aerial Photograpy: het maken van luchtfoto's met behulp van een vlieger.

Katteklauw.

eenvoudige lus-knoop om bijvoorbeeld de vlieger aan de stuurlijnen te maken

Kevlar.

Sterke kunstvezel. Niet echt geschikt voor vliegerlijnen, omdat het een gevaarlijk snijdende/schurende werking heeft.

Kite.

Engelse benaming voor vlieger.

Kiteboard.

Soort buggy voor op het water.

Kitesurfen.

Vliegeren op het water, waarbij gebruik wordt gemaakt van vaak zeer grote vliegers en een speciale surfplank. Momenteel een van de populairste vormen van powerkiting.

Koolstof.

Meest gebruikt materiaal voor vliegerstokken.

Manliften.

Tak van vliegersport waarbij de vliegeraar zichzelf met een lijn vastmaakt aan een object op de grond en zich vervolgens door de vlieger omhoog laat tillen. Dit wordt vaak gezien als een zeer risicovolle vorm van vliegeren.

Mantel.

Extra laag touw om het einde van een stuurlijn om deze beter te kunnen knopen.

Matras vlieger

een vlieger die alleen uit doek bestaat en zijn vorm houd door toomlijnen en luchtkamers die opgeblazen worden door de wind, de luchtinlaat van de luchtkamers zitten altijd aan de bovenkant

Moonwalking.

Grote lange sprongpassen maken m.b.v. de vlieger.

Mountainboard

uitvergroot skateboard waarmee men achter een grote vlieger wordt voortgetrokken en af en toe grote sprongen maakt. Wordt tegenwoordig vrijwel altijd ""Flyboard"" genoemd.

Onderlijnen.

zitten alleen op 4 lijns vliegers, ook wel stuurlijnen genoemd. Worden gebruikt om te sturen en te remmen.

Peter Lynn.

Bekend buggy en vliegerbouwer.

Peter Powell.

Naar z'n ontwikkelaar genoemde, bestuurbare Eddy-vlieger. Gaf in de zeventiger jaren van de vorige eeuw vooral in Engeland een enorme impuls aan het vliegeren met bestuurbare vliegers.

Powerkiting.

(Powervliegeren) Vliegeren met krachtige vliegers. Vaak jezelf mee laten trekken door vliegers.

Primaire toom.

Toomlijn die direct aan de vlieger bevestigd is.

Prusik knoop.

een knoop in de toming van de vlieger. Hiermee is de vlieger eenvoudig te verstellen.

Quadrifoil.

Bekend vliegeratelier.

Ready to fly / RTF.

In de naam zit de betekenis eigenlijk al verstopt. Als de kite ready to fly is dan kan je deze meteen gebruiken. Dit wil zeggen dat er dus ook een bar/handles en lijnen bij zitten.

Revolution.

Bekend vliegeratelier.

Rokkaku.

Zeszijdige eenlijnsvlieger met twee gebogen dwarshouten op een centrale ligger.

Skudding. Zie vliegerskiën.

Speedwing.

Bekend vliegeratelier.

Spinnakernylon.

Veelgebruikt vliegerdoek.

Stack.

Verschillende vliegers achter elkaar gekoppeld.

Stokloos.

Vliegers zonder frame met een matrasvorm.

Stuurbar.

Een stuurstok waarmee de vlieger wordt bestuurd, wordt meestal met kitesurfen en flyboarden gebruikt.

Stuurlijnen.

2, 3 of 4 lijnen waarmee de vlieger bestuurd wordt.

Toom.

Koppeldraden tussen de stuurlijnen en de vlieger.

Toom draden.

De bedrading tussen de vlieger en de vliegerlijnen. Tijdens het vliegeren wordt de vlieger hiermee in model gehouden.

Toompunt.

De plek waar de toomdraad aan de vlieger wordt bevestigd.

Tractionkiting. Zie Powerkiting.

Trein, zie Stack.

Trickvliegeren.

Manier van vliegeren waarbij men de vreemdste trucs uithaalt.

Tribal.

Symbool in vliegerstof of op flyboard/mountainboard verwerkt. Geinspireerd door natuurvolkeren overal ter wereld.

Tubekite.

vlieger met tubes (opgeblazen buizen) erin die de vlieger in vorm houden en zorgen dat hij niet zinkt (wordt vooral gebruikt in kitesurf vliegers).

Surfboard.

Surfplank die gebruikt wordt voor het kitesurfen.

Surfplan.

Software om vliegers te ontwerpen.

Vliegerop.

Vliegergroothandel voor Nederland.

Vliegerskiën.

Jezelf al staande door de vlieger mee laten trekken.

Wepa Flyer.

Minder bekend Nederlands vliegeratelier.

Windanker.

Windzak die met een lijn aan een vlieger bevestigd wordt om hem stabieler te maken.

Wingtip.

Punt van de vlieger (links of rechts).