Begrippen, Kitebuggyen

Hits: 616

Hieronder vind je een alfabetische lijst van belangrijke begrippen die met kitebuggyen te maken hebben.

Aan de wind Rijdend.

half tegen de wind in (135 gr.)

Achteras Deel van buggy.

Stang tussen de twee achterwielen.

AoA / Angle of Attack.

De hoek waarmee het profiel van een vlieger op de wind staat. Dit bepaalt de kracht van de vlieger en de richting van de kracht van de vlieger. Staat de Trailing Edge (TE) ver naar beneden (dus als het profiel ver gekanteld is), dan is de drag (luchtweerstand) hoog en zal de vlieger vooral horizontale kracht hebben. Staat de TE hoog dan heeft de vlieger vooral verticale kracht, maar de totale kracht is minder. Als de TE te ver naar beneden staat stallt de vlieger, staat deze te hoog, dan kan de vlieger uit de lucht vallen. De AoA is de belangrijkste bepaler van de L/D-ratio.

AR Aspect Ratio.

De verhouding tussen hoogte en breedte van de vlieger volgens de formule: (Geprojecteerde) Spanwijdte^2/plat oppervlak.

Arminator.

Een Trapezebeugel waar in plaats van een haak een katrol aan zit, waaraan de tussenlijn tussen de handles of de lus van de stuurbar bevestigd kan worden. Hetzelfde dus als een Swivel pully met als verschil dat deze ook om zijn as kan draaien.

Aspect Ratio.

Aspect Ratio is de verhouding tussen de breedte en gemiddelde hoogte van de vlieger. Er worden twee AR-waarden gebruikt: 1. De platte (flat) AR, die gehanteerd wordt voor een plat liggende vlieger. In formulevorm: De breedte in het kwadraat gedeeld door de oppervlakte. 2. De geprojekteerde (projected) AR, die dezelfde verhouding weergeeft, maar dan voor de vlieger in de lucht. Onder invloed van de kromming van de vlieger zal dit een andere waarde opleveren. De formule is dan: geprojekteerde breedte in het kwadraat gedeeld door de geprojekteerde oppervlakte.

Auto-zenith.

Als bij het loslaten van de bar de vlieger automatisch naar de zenith toe vliegt (12 uur).

Backstrap.

brede rugband, waaraan de handgrepen van de vliegerlijnen wordt bevestigd. Wordt gebruikt ter ontlasting van de armen

 

BCH Buggy Club Holland.

Vereniging van buggy-rijders in Nederland, waarbij alle wedstrijdrijders zijn aangesloten.

Bigfoot full.

Grote banden voor buggy, bedoeld om op zachtere ondergrond toch te kunnen rijden. ""Full"" heeft een bredere velg dan ""Light"". Breedte circa 245mm, diameter circa 550mm.

Bigfoot light.

Grote banden voor buggy, bedoeld om op zachtere ondergrond toch te kunnen rijden. ""Light"" heeft een smallere velg dan ""Full"". Breedte circa 210mm, diameter circa 550mm.

Bladder.

De “binnenband” van een strut. Is meestal van thermoplastisch poly-urethaan (tpu)

Bovenlijnen.

ook wel krachtlijnen genoemd, zitten op 4lijns vliegers (bij 2lijns heten dat de stuurlijnen), deze lijnen vangen het grootste deel van de kracht op en worden ook gebruikt bij het sturen.

Buggy.

een karretje met meestal 3 wielen (2 of 4 kan ook maar komt zelden voor) die door een vlieger wordt voortgetrokken.

Buggybag.

Tas achterop de buggy. Om vliegers, gereedschap, eten en dergelijke mee te nemen tijdens het buggy rijden.

Buggyhook.

Een 'buggyhook' is een haak met een katrol eraan, die wordt vastgemaakt aan het harnas. Het wordt het meeste gebruikt bij het buggy'en.

C Grips.

Handgrepen voor 4 lijns vliegers (de vorm is licht gebogen, vandaar de term C grips); onder en boven kunnen de lijnen bevestigd worden.

Camber.

Camber houdt in dat je de achterwielen van je buggy meer naar binnen of naar buiten kan draaien. Het effect ervan wordt betwist, in theorie zou je meer grip moeten hebben.

Chickenloop.

de lus die aan de trapezehaak vast zit met 3 en 4lijns vliegers (meestal kitesurf vliegers) deze lus houdt de krachtlijnen vast.

Chikara.

merk doek, om vlieger mee te maken.

Cross vent.

Gaten in de ribben van een matrasvlieger. Hierdoor is er een goede luchtverdeling in de vlieger.

D-rib.

Diagonale rib in het profiel van een matrasvlieger. Door gebruik te maken van D-ribben zijn er minder toomdraden nodig.

Dacron.

Merk vliegerlijn.

Depower.

Handeling waarmee de vliegeraar door middel van het aantrekken of wegduwen van de bar de kracht in de vlieger reguleert (meestal gebruikt bij kitesurfvliegers).

Downtube.

Gedeelte van de buggy tussen de voorvork en de sidebars.

Downwind.

Benedenwinds.

Downwind turn.

Tegenovergestelde van upwind turn. Neus van de buggy staat van de wind af, vlieger gaat voor de buggier langs tijdens het draaien van de buggy. Deze manoeuvre heb je als beginner eerder onder de knie, maar kost veel terrein als je tegen de wind in wilt rijden.

Drag.

Luchtweerstand van een vlieger. Hoe meer drag een vlieger heeft, des te langzamer de vlieger beweegt en des te minder lift een vlieger genereert. Zie ook L(ift)/D(rag) ratio.

Dynacore.

merk vliegerlijn.

Dyneema.

merk vliegerlijn, Nederlands fabrikaat.

Finger-rib.

Bewerkte d-rib. Hierdoor is er een betere luchtverdeling in de matrasvlieger.

Flat surface.

het werkelijke oppervlak v/d vlieger als hij leeg op de grond ligt. U-vormige vliegers zoals tubes en ARCs hebben een veel kleiner geprojecteerd oppervlak dan flat. (zie ook: Projected surface).

Flex.

De hoeveelheid buigvermogen van een board (flexibiliteit).

Foil. Zie matrasvlieger.

Grunt.

Constante druk die een vlieger heeft zonder dat hij snel vliegt.

Halve Wind Rijdend.

haaks (90 gr.) op de wind.

Handles.

Handvaten waaraan de vliegerlijnen worden bevestigd. Verkrijgbaar in verschillende groottes en voor zowel 2-lijns als 4-lijns vliegers.

Harnas.

een soort broekje met een haak aan de voorzijde. Ter ontlasting van je armen. Meer comfort dan backstrap.

Heelside.

Als je gewoon rijdt/vaart met je tenen naar de vlieger toe.

Hochleister.

Een ""high performance"" vlieger; meestal de benaming voor een wedstrijdvlieger.

Hybride vlieger.

een soort matras vlieger maar dan zonder luchtkamers, en met buigzame stokken die de vlieger in vorm houden.

Icarex

merk doek, om vlieger mee te maken.

Invalshoek.

De hoek die een vlieger maakt ten opzichte van de windrichting. Is meestal van invloed op trekkracht, stabiliteit en stijgvermogen van de vlieger.

Jellyfishen.

Het zenuwachtig op en neer bewegen in de lucht van een vlieger.

Katteklauw.

eenvoudige lus-knoop om bijvoorbeeld de vlieger aan de stuurlijnen te maken.

Kruiwagen wielen.

Kleinste banden voor buggy.

L/D-ratio L/D-ratio.

betekent Lift to Drag-ratio, oftewel de verhouding tussen lift en drag, de twee hoofdkrachten die op een vlieger werken. Wanneer de L/D hoog is, heeft de kite weinig weerstand (drag) en zal hij snel vliegen en goed upwind komen. Bij sprongen zal je vooral omhoog gaan en niet zover met de wind mee. Kites met een lage L/D zullen wat trager zijn, komen minder ver upwind en sprongen zijn meer horizontaal. De AoA is de belangrijkste bepaler van de L/D.

AoA.

betekent lage L/D en omgekeerd.

Leading edge.

Deel van vlieger. Het deel van de vlieger dat het eerst wind vangt.

LEI / Leading Edge Inflatable.

Vlieger die bestaat uit een enkele laag stof en een frame, die het doek in de juiste vorm houdt. Deze vlieger dient te worden opgeblazen met lucht. De vlieger blijft hierdoor drijven en is daarom uitermate geschikt voor het kitesurfen.
Lift Het vleugelprofiel in een stokloze vlieger (matras) of de coupe in een zeildeel (delta/hybride vlieger) veroorzaakt verschillen in luchtstroming als de vlieger door de lucht beweegt. Die verschillen in luchtstroming zorgen voor een drukverschil tussen de rug- en buikkant van de vlieger. Hierdoor wordt een kracht ontwikkeld die haaks staat op de bewegingsrichting van de vlieger. Noot: lift zegt in feite niets over het vermogen van een vlieger om je omhoog te trekken.

Lower skin.

Deel van matrasvlieger. Onderdek.

Luff.

Als je vlieger uit de lucht valt.

Medium wielen.

Banden voor buggy, tussenmaat tussen kruiwagen en bigfoot wielen (breedte circa 140mm, diameter circa 400mm). Ook wel midi wielen genoemd.

Midi wielen.

Banden voor buggy, tussenmaat tussen kruiwagen en bigfoot wielen (breedte circa 140mm, diameter circa 400mm). Ook wel medium wielen genoemd.

Multi-WAC.

Is een verbetering van het WAC systeem. Met multi-WAC kan veel meer worden ingesteld dan met het normale WAC systeem. Zo kun je de draaisnelheid, de stabiliteit en de snelheid van de vlieger instellen. Kortom: door het Multi-wac systeem kan de vlieger op jouw persoonlijke voorkeur worden ingesteld. Multi-wac zit op de volgende kites: Flysurfer Psycho² / Voodoo en spirit.

Neutrale zone.

De uiterste randen van het windvenster, hier waait bijna alle wind langs de vlieger en heeft hij erg weinig kracht.

Onderlijnen.

zitten alleen op 4 lijns vliegers, ook wel stuurlijnen genoemd. Worden gebruikt om te sturen en te remmen (depoweren).

Overpowered.

Erg veel kracht in de vlieger om te varen/rijden. Ook wel: je vliegt met een ""te"" grote vlieger voor de heersende windsterkte.

Peter Lynn.

De uitvinder van het hedendaagse buggy rijden zoals we het nu kennen. Tevens grondlegger van heel wat radicale vliegerontwerpen en alom geroemd om zijn 1-lijns vliegers. Zeer herkenbaar altijd aan zijn hoed en zijn creaties.

Pigtail.

Touwtjes met lusjes of knoopjes op de zijkant van tubekites of Peter Lynn TwinSkins die gebruikt worden om de stuursnelheid en kracht af te stellen (De lijnen worden aan de pigtails bevestigd).

Polsbanden.

Handgrepen voor om je pols, waaraan de vliegerlijnen kunnen worden bevestigd.

Powergrips.

Handgrepen voor 2 lijns vlieger.

Powerring.

Hulpstuk om een vlieger beter te laten presteren. Kan nodig zijn bij de wat goedkopere vliegers. Wordt bevestigd aan de toomlijnen en stelt het hellingsvlak van vliegers bij.

Powerzone.

De plek waar de vlieger het hardst trekt.

Profiel.

De bolling in het zeil (bv. de tussenschotjes in matrassen, de dwarsbuizen -struts- bij tubekites) die ervoor zorgt dat de vlieger aërodynamisch wordt en lift (=kracht door drukverschillen onder en boven de vlieger) op gaat wekken.

Projected surface Projected/ geprojecteerd.

Het oppervlak dat hij in de lucht in beslag neemt. U-vormige vliegers zoals tubes en ARCs hebben een veel kleiner geprojecteerd oppervlak dan flat (zie ook: flat surface) .

Quickrelease.

snelsluiting die de verbinding vormt tussen de bestuurder en zijn vlieger, wordt in noodgevallen gebruikt wordt om de vlieger af te werpen.

 

Rib.

Profiel van een matrasvlieger. Houdt onderdek en bovendek bijeen.

RT(o)F Ready To Fly.

Vlieger wordt compleet met lijnen en handgrepen geleverd.

Rugband.

brede rugband, waaraan de handgrepen van de vliegerlijnen wordt bevestigd. Ter ontlasting van je armen.

Ruime wind.

Rijdend half met de wind mee (45 gr.).

Schijfwielen.

Banden voor buggy, bedoeld voor asfalt en hard strand. Breedte circa 80mm, diameter circa 560mm.

Secundaire toom.

toomlijn die direct aan de primaire toomlijn bevestigd is.

Sidebars.

Deel van buggy. Stangen tussen achteras en downtube, waar het zitje in hangt.

Sinussen.

Het in een golfbeweging op en neer sturen van je vlieger om meer power te verkrijgen.

Sledfoil.

Deze vliegers zijn kruisingen tussen foils en tubes. Ze hebben de vorm van een tube maar hebben geen luchtbuizen, maar gewone luchtkamers. Redelijk populair voor flyboarden en kitesurfen.

Sleeve.

lijn die om de uiteinden van de vliegerlijn wordt aangebracht, te versteviging van de vliegerlijn.

Trapezehaak.

(haak aan harnas, waaraan de tussenlijn tussen de handles of de lus van de stuurbar bevestigd kan worden.

Stallen.

je vlieger blijft "stilhangen" in de lucht en volgt niet direct je bewegingen.

Strut.

Opblaasbare luchtbuizen die -bij tubekites- haaks op de LE gemaakt zijn.

Toeside.

Als je omgekeerd rijdt/vaart met je hakken naar de vlieger toe.

Torsie.

Het schuintrekken van beide sidebars van je kitebuggy. Torsie ontstaat door de krachten die op je buggy worden uitgeoefend. Deze krachten kunnen gedeeltelijk worden opgevangen door bijv. een verstevigingskruis tussen je 2 sidebars aan te brengen.

Trailing edge.

Deel van vlieger. Het deel van de vlieger dat het laatst wind vangt.

Trapeze.

Ook wel harnas genoemd. Soort broekje met haak of katrol waar je je vlieger aankoppelt, hierdoor worden je armen minder belast

Trapezehaak.

Haak aan harnas, waaraan de tussenlijn tussen de handles of de lus van de stuurbar bevestigd kan worden.

Underpowered.

Erg weinig kracht in de vlieger om te rijden/varen. Ook wel: je vliegt met een ""te"" kleine vlieger voor de heersende windsterkte.

Upper skin. 

Deel van matrasvlieger. Bovendek.

Upwind.

Bovenwinds.

Upwind turn.

Met de buggy tegen de wind in draaien. Neus van de buggy wijst naar waar de wind vandaan komt, de vlieger gaat over je heen/achter je langs. De wat lastigere manoevre om je buggy om te draaien, maar erg handig bij opkruisen (tegen de wind in rijden).

V-rib.

V vormige ribben, die zorgen voor: Meer stabiliteit in de matrasvlieger, behoud van vorm met minder toom, (dus sneller).

Vector achteras.

Een vectorachteras is een speciale geveerde achteras. Deze as zorgt ervoor dat te allen tijde je camber instellingen hetzelfde blijven, dus of je nu volledig inveert of uitveert, de camber instelling blijft hetzelfde.

Vents.

luchtinlaten van een matrasvlieger.

Voor de wind.

Rijdend met de wind mee (0 gr.).

Voorvork.

Deel van buggy. Het voorwiel zit hierin bevestigd. Hangt nauw samen met de stuurinrichting.

WAC.

Staat voor Wind Attack Control WAC wordt gebruikt bij de Flysurfer Psycho en Titan. Door het WAC systeem kan de hoek van de vlieger ten opzichte van de wind worden ingesteld, waardoor deze verder kan worden gedepowerd en dus een groter bereik krijgt.

Wheely.

Met de buggy met één van de achterwielen los van de grond rijden. 

Windvenster.

Het gebied waar een vlieger wind ""vangt"" en dus kan vliegen.

Zenith.

Het gebied in de lucht recht boven je, oftewel punt midden bovenin het windvenster.